Het is een belegen grap, veelgemaakt in een omgeving waarin maar weinig vertrouwen in de energievoorziening wordt getoond. Bijvoorbeeld in een vakantiehuisje. 'Hebben we hier wel elektriciteit, of moeten we die in de kelder bij elkaar fietsen?'. Maar fietsend energie opwekken is allang geen grap meer. Het gebeurt op sommige plekken al.

 

Energievergelijker

Het is natuurlijk niet zo dat je met een uurtje fietsen even het hele huis een dagje of langer van stroom voorziet. Je houdt er dus geen rekening mee wanneer je een energievergelijker raadpleegt en aangeeft hoeveel stroom je verbruikt thuis. Maar het is heel goed mogelijk om een lamp te laten branden, een telefoon op te laden, een smoothie in een blender te bereiden of een muziekje te draaien. Niet dat je dit snel zult doen. Al geldt ergens wel; alle duurzame beetjes schelen. Meer mogelijkheden ontstaan er wanneer pakweg een stuk of tien mensen in een sportschool samen de tent letterlijk en figuurlijk draaiende houden. Een mooie energiecyclus!

 

Wedstrijdje energie opwekken in de sportschool

Vincent Hoogwerf van het bedrijf Club SportsArt Fitness, dat al energie-opwekkende fitnessapparaten verkoopt, ziet er meer in dan een romantische gedachte waaraan weinig vervolg wordt gegeven. Hij legt uit: “Als mensen op een fiets of crosstrainer trainen, trappen ze op een bepaalde weerstand. Dat heet ook wel het vermogen. Dat wordt gemeten en opgeslagen in een kast, een invertor, die de energie direct omzet in elektriciteit. Op die manier wekken mensen door te sporten zelf energie op.” Lampen en televisies doen het in ieder geval dankzij de inspanningen in een sportruimte. Op schermen zien de deelnemers hoeveel energie ze opwekken en wordt er een wedstrijd met een puntensysteem van gemaakt. Zo heeft het idee een duurzaam, gezond en competitief karakter. Een gat in de markt, zou je zeggen.

 

Educatie en realisatie

Ook het leeraspect is niet te verwaarlozen. Mensen zien direct hoeveel stroom ze, zeker in deze eeuw, verbruiken. Wanneer ze beseffen dat die energie letterlijk uit hunzelf kan komen, levert dat inzichten op. Ook op scholen, de plek bij uitstek om de duurzaamheidsgedachte te stimuleren, zou het een even grappig als interessant leermiddel vormen. Nogmaals: het gaat hierbij in eerste instantie niet om het opwekken van stroom an sich, maar om de gedachte dat er veel meer energiebronnen zijn dan die we van oudsher kennen, gewend zijn en voornamelijk ook (nog niet) inzetten. Scholen zouden in samenwerking met een fietsenwinkel een dergelijke installatie op kunnen bouwen. Alleen in Flevoland zijn er al 75, laat staan in grotere provincies. Hier ligt een nieuwe uitdaging voor een lokale samenwerking.